Nieuws

“Mijn ouders hebben weer een echt thuis”

Geplaatst op 09 april 2019 om 10:41 | Theodora Vos de Wael

Stel je voor: je bent oud, hebt een vorm van dementie en je woont in een zorghuis. Maar geen enkele medewerker spreekt jouw taal. Je kent het eten niet en de gebruiken zijn je ook niet bekend. Deze situatie maken oudere migranten in Nederland vaker mee. Vanuit de wens om in de zorg rekening te houden met de culturele achtergrond van ouderen is bij IJsselheem cultuursensitieve zorg geïntegreerd in de dagelijkse zorgpraktijk. Medewerkers stemmen de zorg af op de taal, omgangsvormen, rituelen, tradities en eetgewoonten van de cliënten.

Güleç Isik-Dirim vertelt haar ontroerende verhaal. Haar ouders wonen sinds 2015 bij IJsselheem, in zorghuis Theodora Vos de Wael in Zwolle. Güleç’s ouders zijn van Turkse afkomst, haar moeder spreekt een beetje Nederlands, haar vader helemaal niet meer. “Cultuursensitieve ouderenzorg, dat is respectvol zijn, iemand in zijn waarde laten en uitgaan van zijn behoefte op dat moment. Maar dat is niet vanzelfsprekend als je een andere culturele achtergrond hebt. In 2012 kreeg mijn vader de diagnose ‘dementie in een gevorderd stadium’. Een aantal maanden later werd bij mijn moeder ook de diagnose dementie gesteld. Ik heb lang gezocht naar een geschikte plek voor hen. Mijn ouders hechtten waarden aan bepaalde dingen vanuit hun geloof. Dan gaat het om het vijf keer per dag bidden en het schoonhouden van hun huis. Ook wilden zij dat mijn moeder door een vrouw gewassen zou worden en mijn vader door een man.”

Ze zei: welkom!
“In 2015 kwam ik na een lange zoektocht terecht bij IJsselheem voor een woonplek. Ik voelde me bezwaard: mijn ouders waren Turks, dement en incontinent. De medewerkster die ik sprak, zei dat dit geen probleem was! ‘We hebben de ervaring niet, maar ze zijn welkom!’ Ze zag de zorg voor mijn ouders als een verrijking voor de medewerkers. Ik was zo blij!”

Samen zorgen
“Mijn ouders zijn nu in een andere fase van hun ziekte. De worsteling en strijd is geweest. In het begin wilden zij de regie en de controle houden. Het culturele en religieuze aspect is vervaagd. Nu is het niet meer belangrijk of een man of vrouw ze wast. Ze bidden ook niet meer vijf keer per dag. We hebben als zorgmedewerkers en naaste familie allemaal een rol in de verzorging. Ik vind het fijn dat ik in het cliëntenportaal dagelijks kan zien wat er is gebeurd en hoe mijn ouders de dag zijn doorgekomen.”

Echt thuis
Leerling verzorgende Ron Badenbroek: “Haar ouders voelen zich hier thuis, maar hun dochters en zoon ook! Dat stralen wij ook uit: het is ook jullie huis. Je komt niet op visite, maar je komt thuis.” Güleç raakt ontroerd. “Als we gaan wandelen met mijn ouders, allebei in een rolstoel, en we gaan weer naar huis, dan herkennen ze dat en zeggen ook: we zijn bijna thuis. Dat vind ik zo mooi om te horen. Toen ze niet meer thuis konden wonen, raakte me dat erg, maar nu hebben zij weer een echt thuis!”