Mevrouw Both-van Kalsbeek

“Het was fijn samenwerken met dr. Kolff, uitvinder van de kunstnier”

Mevrouw Both-van Kalsbeek is lid van de cliëntenraad van de Amandelboom. Daar is IJsselheem blij mee, want mevrouw is positief kritisch, met respect voor anderen en in alle bescheidenheid. Zij doet waardevolle  suggesties over de samenwerking tussen de verzorging, de leiding en de cliënten. “Al is het vanwege mijn leeftijd fysiek wat minder, mijn hersenen werken nog goed. Daar ben ik dankbaar voor”, zegt mevrouw T. Both-van Kalsbeek (1920).

Observeren en rapporter

In haar baan als verpleegkundig afdelingshoofd vroeger in het Kamper ziekenhuis was mevrouw gewend te observeren en te rapporteren. Die ervaring zet ze nu in voor de cliëntenraad van de Amandelboom. Mevrouw woont er sinds 2009 en dat bevalt haar goed. Ze geniet van de warme maaltijden, samen met anderen. Ook de activiteiten, zoals bloemschikken, zingen, film kijken en voorlezen sluiten goed aan bij haar belangstelling. Vooral het tweewekelijkse Bijbel bespreken. “Verdieping in de Bijbel is mooi. De dominee legt uit en je kunt vragen stellen. Er zijn vaak zestig tot zeventig belangstellenden. Op zondag ga ik naar de Bazuinkerk in De Maten. Ik wil graag bij de geloofsgemeenschap blijven horen. Helaas versta ik niet altijd alles. Op zondagmiddag ga ik vaak naar de kerkzaal hier in huis, daar is het geluid beter en kan ik het goed volgen.”

Bezoek de locatie De Amandelboom

Assistent van Dr. Kolff

Werking van de kunstnier

Loopbaan

Mevrouw Both heeft een unieke geschiedenis. Als jonge vrouw had ze echt een loopbaan in haar beroep. Als verpleegkundige werkte in ziekenhuizen in Ermelo, Enkhuizen en Kampen. Ook ging ze mee op een schip dat naar het buitenland voer, onder andere naar Engeland en Scandinavië en enkele jaren was ze verpleegkundige in een Engels ziekenhuis. Niet zo gebruikelijk in die tijd.

In Kampen werkte zij als verpleegkundig assistent naast dr. Kolff, de uitvinder van de zogenaamde kunstnier. Mevrouw Both zal één van de laatste mensen zijn die nog haarfijn kan uitleggen hoe de eerste kunstnier werkte.

 

“Het was secuur en complex werk. Ik begeleidde patiënten vanaf de opname tot en met de afkoppeling van het apparaat. En alles wat daar tussenin moest gebeuren. Met dr. Kolff was het fijn samenwerken en hij sprak zijn waardering naar me uit. Later sloeg hij zijn vleugels uit naar grotere ziekenhuizen en werd bekend in de hele wereld. Ik bleef werken in het Kamper ziekenhuis tot mijn 47 ste. Toen ben ik, eigenlijk onverwacht, getrouwd.”

Compliment

Mevrouw Both verzorgde in het ziekenhuis een moeder van zes kinderen. Ze was zwanger maar had ook kanker. Genezing was niet mogelijk. De baby werd na zeven maanden zwangerschap geboren. Mevrouw Both ging ’s avonds dikwijls bij de moeder zitten praten en zo bouwden ze een band op. Ook verzorgde ze het kleine jongetje.

“Kennelijk sprak zij hierover met haar man. Twee jaar na haar overlijden vroeg hij mij ten huwelijk. Ik heb van harte jaar gezegd! Zo kreeg ik op mijn 47ste een man,  zes kinderen en een huis op Kampereiland. De kinderen heb ik als eigen kinderen in liefde aanvaard.  Ik moest heel wat leren. Ik gebruikte altijd mijn warme maaltijden in het personeelsrestaurant van het ziekenhuis en was niet gewend zelf te koken. De oudste dochter Hanneke (toen 17 jaar) heeft me veel geleerd en gelukkig was er een dienstmeisje.

De jongste zoon heb ik dus vanaf zijn geboorte gekend. Hij zei eens: ’Gelukkig dat u onze moeder bent geworden, anders was er een vreemde vrouw gekomen!’ Dat voel ik als een groot compliment. Mijn man is overleden toen hij 69 jaar was. Er woonden toen nog drie studerende jongens thuis. Met alle kinderen en zeventien kleinkinderen heb ik een fijne band. Ze komen regelmatig op bezoek en nemen vaak één van de tien achterkleinkinderen mee. Er worden weer twee achterkleinkinderen verwacht en daar zie ik naar uit!”

Missen

Kleding maken voor de kinderen en zichzelf heeft mevrouw Both altijd met veel plezier gedaan. Tot een half jaar geleden.

“Ik heb een erfelijke oogziekte die leidt tot blindheid. Naaien lukt niet meer en zelfstandig naar buiten gaan met de scootmobiel wordt lastiger. Lezen met een loep gaat gelukkig nog wel. Wat ik het moeilijkste vind aan oud worden is dat er zo veel mensen om je heen wegvallen. Mijn broer woont ook in de Amandelboom, maar vanwege zijn dementie kunnen we niet meer echt communiceren. Ik mis het praten over vroeger!”

Bekijk hier de verhalen van andere bewoners