Jan Dikken

Jan Dikken heeft levenslange passie voor sport én de marine

Hij is een echte Zwollenaar. Dús is Jan Dikken supporter van PEC. Van zijn twaalfde tot zijn twintigste jaar voetbalde hij er zelf. Toen hij marinier op Aruba werd, voetbalde hij daar weer verder. Niet op een frisse Hollandse grasmat, maar op grof zand. Een PEC-supporter én marinier in hart en nieren. Misschien is zijn passie voor beiden nog wel sterker geworden nu Jan Dikken (1935) in de Nieuwe Haven woont. Na een herseninfarct is hij linkszijdig verlamd, maar gelukkig werkt het geheugen nog prima. Zo kan Jan de verhalen uit zijn leven delen. Over voetbal, de marine en zijn gezin.

"Onze eerste ontmoeting stond in het teken van sport"

Jan werkte als automonteur en als metaaldraaier onder andere bij Storck in Zwolle. Zwaar werk, waar een goede conditie voor nodig was. Zijn leven lang is Jan sportief geweest en is dat nu nog. In de Nieuwe Haven neemt hij graag deel aan sjoelen en koersbal. Ook denksport was en is belangrijk. “Ik heb aan veel klaverjastoernooien mee gedaan. Bijvoorbeeld het Peperbustoernooi en het landelijke Tijl-toernooi. Zelfs aan het Storcktoernooi met meer dan 500 tegenstanders! In Nieuwe Haven doe ik ook mee aan klaverjassen en daarbij laat ik me niks wijsmaken, hoor!” Jan is geboren aan de Oude Deventerstraatweg en heeft later veertig jaar gewoond in de Aa-landen. Nu woont zijn echtgenote Gé, met wie hij 52 jaar getrouwd is, in de Keersluis nabij de Nieuwe Haven. Elke dag komt ze op bezoek. Ook de allereerste ontmoeting met Gé stond in het teken van de sport. “Mijn vrouw heb ik bij de wandelvereniging ontmoet. We gingen met een bus naar Enschede en er zaten een paar meisjes op de achterbank. Ik ben ertussen gaan zitten…”

Bezoek de locatie Nieuwe Haven

Voetballen op Aruba

Bij de marine moet je zijn

Van 1955 tot 1957 was Jan als marinier werkzaam op Aruba. Een mooie tijd waarover hij graag vertelt. “Ik zou op mijn twintigste verjaardag beginnen als marinier, maar mijn vader overleed toen. Samen met moeder heb ik de begrafenis geregeld. Uiteindelijk ging ik, plotseling als kostwinner, de marine in en naar Aruba. Ik stuurde elke maand 25 gulden naar moeder en had 25 gulden voor mijzelf. Ik vond er snel mijn draai. Heerlijk klimaat, mooi landschap en fijn werk. Mijn meisje liet ik achter in Zwolle en na twee maanden kreeg ik een brief van haar dat de verkering uit was. Op Aruba had ik wel een scharreltje, maar geen echte verkering. Ik heb haar leren autorijden in een grote Chevrolet, we dansten en vierden er Arubaans carnaval. Maar ze wilde niet mee naar het koude Holland. Een maat van me is wel met een Arubaanse getrouwd en daar was ik getuige van.

Met mijn commandant kon ik het goed vinden, hij had vertrouwen in me. Als ik andere jongens met de auto mee op sleeptouw nam naar Oranjestad, kreeg ik een eigen parkeerplaats. Ook mocht ik soms twee keer per week, in plaats van wachtlopen, oppassen op de kinderen van de kapitein. Er stond dan altijd een biertje voor me in de koelkast.”

Voetballen op Aruba was compleet anders dan in Nederland. “Daar was geen gras, maar grof zand waar je je huid aan openhaalde. Na de wedstrijd afspoelen in zee. Het zout water beet de schaafwonden wel schoon! En dan braken we een stengel af van de Aloe Vera plant en smeerden het vocht op de wond. Het genas heel goed.”

Gezin

Jan en Gé kregen drie zonen, een kleindochter en een kleinzoon, Tom. Een mooie foto van het ventje staat op de kast. Als Jan over hem vertelt, schiet hij vol. ”Tom is in 2011 overleden aan een spierziekte. Hij was pas vijfenhalf. Hij was net als ik helemaal gek van auto’s. Ik spaarde allerlei autootjes voor hem en toen hij in een rolstoel terecht kwam, gaf ik hem elektrische auto’s met afstandsbediening. Tom herkende alle automerken, soms zelf al aan de koplampen. Op zijn grafje staan natuurlijk ook auto’s.” Jan vindt het een hard gelag om een kleinkind te moeten verliezen…

Wensen

Jan was nog eens graag naar Aruba terug gegaan, maar Gé voelde daar niet voor, zo ver weg. De tijd als marinier neemt Jan in zijn leven nog steeds mee. Hij was in 1990 oprichter en twintig jaar lang penningmeester van de CO Zwolle, de Club Oud-mariniers. Op Koninginnedag, 4 en 5 mei houdt deze club een erewacht en 15 jaar lang was Jan daarbij commandant. Ook zijn het de oud-mariniers die de vlag hijsen. “Als ik iets mag wensen, dan hoop ik dat die traditie in ere wordt gehouden in Zwolle”, zegt Jan uit de grond van zijn hart.

 

Bekijk hier de verhalen van andere bewoners